Afname veiligheid chemie verwacht

Afname veiligheid chemie verwacht

In: Geen categorie

Afname veiligheid verwacht met de opslag van chemie in Nederland

In Nederland worden nieuw te bouwen chemicaliën opslaginstallaties onderworpen aan richtlijnen, zoals de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) en de Beoordelingsrichtlijn BRL-K903.

In deze richtlijnen staan de minimum voorschriften vermeld, die installateurs en eindgebruikers moeten nemen om tot een voldoende veiligheidsniveau te komen voor mens en milieu (bodem en lucht). Bovendien worden bij het opslaan van brandbare stoffen tevens brand en explosies voorkomen.

Alle in deze richtlijn aangegeven voorschriften worden als laatste stand der techniek en veiligheid beschouwd en worden door branche organisaties en overheden beheerd en gebruikt als toetsingskader bij vergunning verstrekking, inspecties en controles.

In het kader van deregulering van de wet- en regelgeving, ingezet door de overheid, worden de PGS’en in 2018 omgezet van maatregelenvoorschriften naar doelvoorschriften (PGS Nieuwe Stijl). Hierbij dienen de branches en installatie-eigenaren zelf te bepalen op welke wijze deze doelen worden bereikt.

De enige manier om dit aantoonbaar te kunnen vastleggen is een risicoanalyse, waarbij maatregelen zijn genomen volgens de Arbeidshygiënische Strategie. De ervaring leert dat het opstellen van een risicoanalyse niet eenvoudig is en een subjectieve grondslag heeft. Niet voor iedereen geven de voorgestelde maatregelen voldoende risicoreductie om tot een aanvaardbaar restrisico te komen. In deze afweging krijgen economische aspecten een hele grote invloed op de keuzes die worden genomen en er worden grenzen opgezocht.

Op dit moment wordt in de nieuwe BAL-regeling (Besluit Activiteit Leefomgeving), die het huidige Activiteitenbesluit zal gaan vervangen, voorstellen gedaan om voor diesel-opslag en de opslag van ADR-klasse 8 (bijtende vloeistoffen) en ADR-klasse 9 (milieugevaarlijke vloeistoffen) geen installatiecertificaat meer te eisen. Immers zitten hier toch opvangvoorzieningen omheen, die bij een lekkage, het medium opvangen. Dit is correct als alleen de bescherming van het bodemleven in het milieu wordt beschouwd. Wat vergeten wordt is, dat bij een volle opvangvoorziening (na een calamiteit) deze moet worden leeggemaakt en gespoeld, met grote arbeidsrisico’s (blootstelling aan het medium) tot gevolg. Bovendien wordt bij dampende vloeistoffen, zoals zoutzuur, tevens het risico aan blootstelling door inademing sterk verhoogd. Ook vindt aanzienlijke schade plaats aan de omgeving door corrosie van onbeschermde metalen plaats, na een dergelijke lekkage.

Vanuit de bouwsector vindt een gelijke terugtrekking van de overheid plaats door de nieuwe Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen, die in de tweede kamer al is goedgekeurd. In deze wet wordt het toezicht van de dienst Bouw en Woningtoezicht overgedragen aan een privaat bedrijf (kwaliteitsborger). Deze partij wordt ingehuurd door de vergunninghouder en moet erop toezien dat de bouwvoorschriften worden nageleefd.

Dit betekent dat de overheid zich niet meer verantwoordelijk voelt voor de veiligheid en dit geheel over laat aan marktwerking. Vele ongevallen in het verleden (zoals bijvoorbeeld brug bij Alphen aan den Rijn en het voetbalstadion FC Twente) hebben aangetoond dat in het kader van veiligheid de marktwerking niet voldoet, vanwege economisch belangenafwegingen. Het lijkt er sterk op dat de overheid teveel bezuinigt op veiligheid in Nederland.

Persoonlijk pleit ik voor het beschikbaar houden van maatregelenvoorschriften als minimum veiligheids- en kwaliteitsborging, zodat deze kunnen worden gebruikt als toetsingskader, door de overheid wel te verstaan.

Zorg er dan voor dat deze voorschriften worden opgesteld en beheerd door belangenorganisaties en dat deze maatregelen voldoen aan de laatste stand der techniek en veiligheid, waarbij zorgvuldig de verhoudingen tussen opoffering (kosten, inspanningen en tijd) zijn afgezet tegen de beoogde risicoreductie.

Indien hiervan wordt afgeweken, kan dit altijd nog worden begeleid door een risicoanalyse, waarin kan worden vastgelegd op welke wijze het beoogde veiligheidsniveau (als doel) wordt bereikt.

ing. R.H.M. Ubbink RVK ®

Gecertificeerd onafhankelijk Hoger Veiligheidskundige